zuigende insecten
Wat je ziet
Kleine stipjes/gele spikkel, vervormde jonge bladeren, kleverige honingdauw en soms zwarte roetdauw. Mogelijke zichtbare boosdoeners: bladluizen, trips, spint, wolluis, schildluis.
Wat is het?
Zuigende plaaginsecten prikken cellen aan en drinken plantensappen; het blad verliest kleur en kracht.
Is dit een probleem of natuurlijk?
Een behandelbare plaag. Vroege aanpak voorkomt groeistilstand.
Mogelijke oorzaken
- Warme, droge lucht (spint, trips).
- Nieuwe plant zonder quarantaine.
- Verzwakte planten door te weinig licht/waterstress.
Zo controleer je het
- Onderzijde bladeren met loep (10×) bekijken.
- Wrijf op honingdauw: plakkerig.
- Gele vangplakjes langs de plant (trips/bladluis).
- Wattenachtige plukjes in oksels = wolluis; bruine schildjes = schildluis.
Wat je nu kunt doen
1) Isoleren: zet de plant apart.
2) Mechanisch: douche lauw (bladonderzijde!), veeg met microvezeldoek met lauwe water-zeepsop (een paar druppels milde afwasmiddel per liter).
3) Behandelen (herhaal 3× met 7–10 dagen tussen):
- Kaliumzepen of paraffine-/neem-olie product (niet in volle zon, test op 1 blad).
- Tegen trips: wissel contactmiddel af met o.a. blauw vanglint en, indien beschikbaar, biologische vijanden (Amblyseius-mijten) in serres.
4) Verzorging: verhoog RV tot 50–60%, geef voldoende licht en regelmatige watergift om herstel te versnellen.
Voorkomen
- Nieuwe aanwinsten 2 weken apart.
- Wekelijks bladonderzijde checken.
- Planten niet tegen raamkieren met droge tocht.
Afbeeldingen
